093

donderdagmiddag 26 oktober

Het onverwachte bezoek van Huub's zus is mij wat te veel vandaag. Want hij is wel wakker, maar de man van de bank is er intussen ook en dat is belangrijk. Ik kan niets voor en met zijn zus doen, zo.

De geldmeneer doet wat hij moet: hij schetst voor Huub de contouren van mijn financiële toekomst en kan hem eerlijk geruststellen. Hij praat niet over de bestaande puinhoop en ook Huub vraagt er niet naar. Is nu niet meer van belang. Zeker niet met mijn nieuwe baan in het vooruitzicht. Er zijn straks geen geldzorgen. De zorgen die er zijn worden opgelost. Ik kan in ons huis blijven wonen.
Als de geldmeneer weg is voelt Huub zich gerust. Mag dat ook. Het is geregeld en in orde, echt. Daar gaat het om. Loslaten. Afvinken.
Huub gaat echt dood, zegt ook dit gesprek. Ik voel me stukgeknepen van verdriet.

Hij is weer wakker, we eten, hij eet bijna niets, maar toch te veel. Wordt beroerd. Ik ben zo moe. En almaar al die mensen om me heen die aan me trekken. Al dat bezoek, het houdt maar niet op. Ik wil gewoon weg.
Dan krijgt hij een geweldige pijnaanval. Spanning en ongerustheid bij Bart, die ook is gekomen, en Huub's zus, die er nog is. Rommel van het eten overal. Camiel ineens weer hier, hij was nog wat vergeten. Bart en zijn zus blijven maar hangen, ik weet niet hoelang ze blijven. Durf het niet te vragen. Durf niet te zeggen dat het beter is dat ze weggaan. Zelf zien ze het niet.
Huub's maag is enorm geactiveerd door het eten. Hij klapt van de pijn. Ik houd hem vast, probeer intussen de anderen gerust te stellen. Hij valt weer in slaap.
En telkens telefoons tussendoor. Ik wil zo graag rust, even weg. Nadenken over alles van vandaag.

achtergronden
alma