070

zaterdag 21 oktober

Rustige ochtend. Huub toch ondanks alles wel helder. In elk geval voor het ochtendbezoek, een jonge stagiaire waar hij een bijzondere band mee heeft. Lieve meid. Nog vol van haar vaders sterven, vol liefde voor Huub. Een rustig uur samen. Ze zegt tegen mij: "Dankjewel dat ik mocht komen, dat je zo goed voor me zorgt." Ik vond dat mooi, het doet me goed. Zo voelt het ook, of Huub en ik voor haar zorgen.

Daarna alweer een andere zuster aan de deur. Die Huub maar meteen even op bed wil wassen. Het is ook al laat en hij is inderdaad nog niet gewassen. Maar je ruikt nog niks, toch? We hoeven nog niet te wassen, doen we straks wel samen.
Je ziet die zuster afkeurend kijken. Maar we zijn en blijven eensgezind: "Nee, we willen geen zuster aan zijn lijf vandaag en al helemaal niet op bed." "Sorry, dat mijn vrouw in uw schillenwijk komt", zegt Huub ook nog. "Maar wat moet ik hier dan doen?", vraagt ze gefrustreerd. "Niks, wilt u misschien een lekker kopje koffie?", proberen wij. Maar nee, dan gaat ze maar naar haar volgend adres. Deze kruishulp was ook geen succes.

Het wassen in de keuken gaat zoet, warm, loopt gesmeerd. We zijn een geroutineerd team. Laat ons dat toch samen houden tot 't eind. Er gebeurt zoveel meer dan wassen. Dat kan geen enkele zuster vervangen. Die wast zoals ze het heeft geleerd. "Of je een auto wast", zei Huub. Maar wij wassen ons verdriet weg, onze zorg tevoorschijn. We zijn op die manier heel erg samen man en vrouw, samen een manier vindend om met de kanker in zijn lijf om te gaan. Wij hebben dit allebei nodig. De confrontatie. Het werkelijk zien, elke dag, van de aftakeling. Het werkelijk voelen, elke dag, dat de energie afneemt. Ik heb het gevoel dat ik hem al wassend help de ziekte een plaats te geven die bij ons hoort.

Zo'n zuster bevestigt alleen maar de ziekte zelf en de hulpeloosheid. Maar zoveel eer verdient die kanker niet. Wij sluiten er vrede mee. Dat moet. Dat is goed.

achtergronden
alma
alma