07-08-31 heugenis hechtenis

Haar naam liep leeg. Toen zij
wegsliep zweeg alles.

De taal van haar adem
tot stilte gestold.

*

Toen is een uitgelezen boek
dat ik telkens weer wegleg,

telkens weer opsla,
steeds minder beduimeld.

*

Lieve gedetineerde
samen met mij gevangen

en mijn geheugen is
ons beider hechtenis.

*

Ik sluip om de tijd heen, ik
bons op de poort van toen,

tot ik mij weervind, hier,
aan de binnenkant.

*

De binnenkant van de tijd
en jij dan buiten.

Ben je verbannen?
Ben je bevrijd?

G. van der Graft
(uit: 18e Nacht van de Poëzie, 1998)