07-08-30 tafel (2)

Tafel (2)

In deze auberge aan de wankele
pracht van de zee
beweeg ik me als in een aquarium,
bewust van mijn vergaan,
temidden van ons, zo sterfelijk dat
we nauwelijks leven.
Hoewel we ook rouwen, verheugt
mij deze gemeenschap
van blikken, gebaren, aanrakingen,
van nu en eeuwen her.
Ik dacht dat ik de stilzetting van de
tijd zou afsmeken,
maar ik leer me verzoenen, zoals
anderen voor mij.
En ik voel alleen aan de dingen die
hier blijven:
de messen met hoornen heft, de
tinnen schotels,
het blauwe porselein, sterk hoewel
breekbaar,
en, als een wachter-rots tussen
troebele golven,
glimmend gepolijst, deze zware
tafel van hout.

Czeslaw Milosz
(uit: Gedichten, 2003)