07-08-30 iets van jou alleen


Twee gedichten van kinderen, geschreven in het schooljaar 2001-2002 en gepubliceerd in de bundel 'Ik schrijf, ik schrijf, wat jij niet schrijft' van de stichting Kinderen en Poëzie.

Ik had het knipsel bewaard vanwege de cake van Maxime Schreurs. Maar het is het gedicht van Ayan Mohamed Abdi waardoor bij mij een stroom herinneringen in gang wordt gezet.

Herinneringen aan mijn hut. Groep zeven is wat bij ons de vijfde klas heette. Ik was net zo oud als Ayan toen ik in het bos onder een reus van een beukenboom een tamelijk grote holte ontdekte tussen de wortels. Het kostte tijd, maar het bleek mogelijk die holte groter te maken met een conservenblik als schep. Groot genoeg om in te zitten. Middagenlang fietste ik na school naar het bos en werkte me in het zweet. En het lukte. Half onder en half naast de boom had ik een eigen ruimte gemaakt, waar ik droog zat en waar ik vanaf het brede bospas niet zichtbaar was. Ik krijg weer hutwee als ik eraan denk. Op de grond had ik een zeil gelegd en er was ook een soort kastje van plankjes die ik tussen de wortels had geklemd. Ik bewaarde er spullen in blikken, zodat ze niet nat werden. De blikken gingen wel een beetje roesten.
Daar in die hut heb ik op een middag dezelfde ontdekking gedaan als Ayan. In de grote wereld kan iets alleen van jou zijn. En nog mooier: ik kon in die hut elke Alma zijn die ik wilde. Als het koud was en ik mijn kaarsje aan moest steken, was de hut een kasteel. Als het warm was en er heel veel rode bosmieren kropen en in mijn billen beten, was de hut een gevangenis. Maar ik redde me overal uit.

Ik was een keer bij een bijeenkomst waar ook een jongen van een jaar of elf rondliep. Hij wilde zijn moeder almaar vertellen over een hut die hij had gemaakt, hij was er vol van. Maar zijn moeder had het even te druk met andere dingen en andere mensen.
Dan heb je aan mij een goeie, want ik hoef het woord hut maar te horen en ik wil er ogenblikkelijk alles, maar dan ook alles over weten. Het is niet alleen mijn hut, ik maak hem met mijn twee vrienden, zei hij met nadruk. Hij begon aan een huttencollege, maar woorden waren niet goed genoeg. Heb je papier, vroeg hij. En toen tekende hij het voor mij, terwijl hij vertelde.


Hij begon linksboven, met een tekening van de hut. Er is een boom omgewaaid en die hangt tegen een andere boom en daardoor is een best grote holte ontstaan. Die hebben ze dichtgemaakt met losse dikke takken en de wand is opgevuld met kleinere takken overdwars en daarna met bladeren (die ruiken heel lekker). De opening zit van het pad af, dus het kan niet opvallen.

Toen vertelde hij, hoe je bij de hut kunt komen. Hij begon aan een kaartje, in het midden. Maar die tekening van de hut die hij eerst had gemaakt, vond hij niet duidelijk genoeg, dus in het midden tekende hij nog een keer een nettere impressie. En die kaart vond hij blijkbaar ook niet gedetailleerd genoeg, dus kreeg ik onderaan de hele situatie nog eens te zien, nu vanaf een hoger perspectief. Zodat ik ook kan weten waar ze wonen alledrie.
Ik vroeg of ze onderling een soort werkverdeling hebben. Nee, zei hij. Ik weet eigenlijk niet precies hoe dat gaat, dat kan ik niet zeggen. Het gaat om en om, als we in de hut zitten, zien we steeds iets dat beter kan en dan doen we het gewoon steeds.


Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen heb ik net zolang doorgezet (doorgedramd - ook goed) tot we in het coalitieakkoord hebben opgenomen dat er meer plekken voor kinderen bewust moeten worden vrijgehouden en ingericht. Plekken waar vrij gespeeld kan worden. Dus weg met de wipkippen. Bosjes, bomen, veldjes, kleine hondenpoeploze vrijstaten. Ik kan het niet bewijzen, maar ik denk dat wij het enige bestuursakkoord hebben met het woord hut erin.

Ik heb medestanders. Beter gezegd: ik ben medestander van.


Voor wie tijd heeft meer te lezen biedt dit college, Dutch Dressing, van Jan Westra (maart 2006) interessante achtergrondinformatie. Henk Hofland komt erin voor, met zijn oproep "Bouw een hut!", maar ook de architect Jan Jans, bij wie wij vroeger zondags op bezoek gingen en tegen wie we oom zeiden en die mij met zijn passie voor volkskunst en volkscultuur blijvend heeft besmet.

Maar wie gewoon trek heeft gekregen in meer huttennieuws, kan te allen tijde bij Bieslog terecht.

Gesprek met Marlies Rohmer, Kunststof NPS
Architectenbureau Rohmer