07-08-29 vreemdgaan en vreemd blijven

Een graf is een verdrietplaats. Door naar een graf te gaan, wordt je verdriet zichtbaar, krijgt het een zichtbare plaats. Daardoor ben je in staat het verdriet aan die plaats te verbinden en het buiten jezelf te plaatsen. En daardoor laat het graf je toe (beter) met het verdriet om te gaan.

Dit voorbeeld gebruikt de Vlaamse filosoof Rudi Visker als hij wil verhelderen dat ook de publieke ruimte waarin wij ons elke dag bevinden een ruimte zou moeten en kunnen zijn waarin verschillen tussen mensen ‘verruimtelijken’, zichtbaar worden gemaakt. En op die manier allen die zich in die ruimte ophouden, toelaten met de verschillen tussen mensen om te gaan.

Ik hoorde een lezing van Visker en sindsdien heeft hij, door me dat inzicht te geven, mijn denken over de publieke ruimte een nieuwe kleur gegeven. Ik ben gaan zien dat het perspectief dat hij biedt, het enige is dat hoop biedt. En het enige is dat een antwoord kan geven op de publieke ruimte die nu vaak niet bepaald een prettige plaats is om in te zijn. Of omdat velen er alleen maar hun eigen steeds absoluter wordende waarheden staan uit te venten, vaak luidruchtig. Of omdat vele anderen willen dat de publieke ruimte een neutrale ruimte is, waar wordt gestreefd naar consensus en gelijkheid door het langzaam verdwijnen van de verschillen, wat onmogelijk (en vind ik onwenselijk) is.


Hannah Arendt, filosoof, heeft de idee van de open publieke ruimte, de polis, uitgewerkt en uitgebreid beschreven. In die ruimte is plaats voor het politieke, niet te verwarren met de politiek. De politiek is het handwerk, het besturen, problemen oplossen. De politiek werkt op basis van programma’s, belangen en macht.
Het politieke is voor haar de manier waarop mensen in vrijheid hun leven en hun plaats in de samenleving vormgeven. Zowel thuis als in de publieke ruimte. In de idee van Arendt is de publieke ruimte daarbij de plaats waar mensen elkaar open ontmoeten, open van gedachten wisselen. Een open ruimte waar geen plaats is voor belangen, programma’s of absolute dogma’s. Het gezamenlijk denken (wat dus iets anders is dan het gemeenschappelijk denken) is er gericht op besluiten en acties die goed zijn voor iedereen en niet slechts voor enkelen.

Ik heb me in die gedachtegang altijd thuis gevoeld. Arendt wijst op het risico dat de vrijheid van het publieke domein wordt “overwoekerd door het sociale domein.” Je zou dat kunnen vergelijken met de discussies over de civil society, waarover ik het hier al eerder had. Ik interpreteer Arendts opmerkingen als een waarschuwing de vrijheid en de autonomie van het publieke domein niet in dienst te stellen van doelen die de politiek zich stelt. De onzorgvuldige discussie over vrijwilligers en mantelzorg is daar een voorbeeld van. De politiek doet steeds vaker een beroep op de civil society om beleidsdoelen te realiseren. Maar als burgers zich vrijwillig willen inzetten, voor wat dan ook, moet dat voortkomen uit het politieke, uit hun eigen idee over hoe je een samenleving vormgeeft en een dienst bewijst. Niet omdat de politiek het zonder de 'vrijwillige' burger niet kan. Maar dit terzijde.

Ik ga hier wat betreft de idee van Arendt over de publieke ruimte veel te kort door de bocht, sorry, ik weet het. Maar waar ik naartoe wil (met een al even korte bocht) is naar wat Visker in aansluiting op Arendt heeft gezegd over de publieke ruimte. Ik zei al dat ik het inzicht dat hij me gaf hoopvol vond. Hoopvol en spannend. Ik zat naar hem te luisteren in een zaal met tientallen mensen en kreeg een gevoel dat hier iets zeer belangrijks werd gezegd. De manier waarop hij mij, toeschouwer, uitnodigde naar de publieke ruimte te kijken gaf me een gevoel van opwinding. Zo had ik er niet eerder naar gekeken. Toch is zijn verhaal bepaald niet eenvoudig. Ik probeer het hier verkort weer te geven, maar lees alsjeblieft wat hij er zelf over heeft gezegd. Onderaan geef ik links en een literatuurverwijzing.

In essentie komt het neer op hoe mensen in de publieke ruimte omgaan met de verschillen tussen mensen, dus met de Ander. Daarbij zegt Visker iets verontrustends. Vele mensen veronderstellen, zegt hij, dat ze precies weten wie ze zelf zijn en dat ze vertrouwd zijn met hun eigen cultuur, ervaringen, gewoontes en geschiedenis. Maar dat is helemaal niet zo. Mensen zijn geworteld, maar dat betekent niet dat mensen met die ‘verworteling’ samenvallen. ‘Eigenheid’ is niet iets wat jij bezit, maar eerder iets wat jou bezet.
We zitten eraan vast, maar we hebben er geen toegang toe. Eigenlijk zouden we beter kunnen spreken van de eigen andersheid: het verschil dat ons onverwisselbaar maakt met anderen is niet iets waarvan de betekenis voor ons duidelijk is. Zelfs als we denken dat dat wel het geval is, blijkt uit de confrontatie met anderen dat we daar veel minder greep op hebben dan we dachten. Wat wij als betekenisvol ervaren is niet noodzakelijk betekenisvol voor de 'ander'.
En dat is dus precies het probleem van de multiculturele samenleving, stelt hij.

Maar een mens zit vast aan zijn wortels; wordt er, zoals Visker zegt, door bezet. Hij kan niet anders dan leven vanuit zijn eigen perspectief, denkraam, cultuur - ik vul het nu maar even zelf in. De wereld kan voor mensen niet anders zijn dan hij is. Dat geldt voor iedereen. “Eigenheid is niet wat we hebben, maar wat ons heeft.” Eigenheid, zegt Visker, kan dus iets ongemakkelijks zijn, iets waar je niet omheen kunt. Iets waarmee je op een ongemakkelijke manier kunt worden geconfronteerd, zonder precies te kunnen weten wat het is.

De oplossing, het overbruggen van verschillen, wordt vaak gezocht in een pleidooi, begrip te (leren) hebben voor mensen die anders zijn. Dat is op zich goed, zegt Visker, maar begrip hebben voor is iets anders dan iets begrijpen. Het ligt zelfs niet automatisch in elkaar’s verlengde. Je gaat niet begrijpen als je maar begrip hebt. En dat is de kern van het probleem.

Eigenheid kun je niet opgeven, zegt Visker. Het is niet iets waar je zo maar even afstand van kunt doen. Dat kan niemand. Je lost verschillen dus niet op door van mensen te eisen of te verwachten dat ze die eigenheid, dat wat zich zo moeilijk laat benoemen, opgeven. Dus daar moet je ook de oplossing niet in zoeken.
Het feit dat ik niet opensta voor de ander is niet noodzakelijk een niet open willen staan, een zich afsluiten. Dat lijkt pessimistisch, maar het volgt uit het gegeven dat eigenheid niet iets is wat ik bezit.
Neem het man- of vrouw-zijn. Dat is een eigenschap waartoe men niet herleid wil worden. Wie een vrouw een wijfje noemt, behandelt haar als een exemplaar van een soort, ontneemt haar haar uniciteit. Dat is seksisme. Maar tegelijkertijd wil ze ook niet dat men voorbijgaat aan haar vrouw-zijn. Ze wil niet alleen als mens, maar ook als vrouw erkend worden. Maar betekent dit dat ze feilloos kan zeggen wat het betekent om vrouw te zijn? Neen, het is juist omdat ze die betekenis niet kent, dat ze dat vrouw-zijn erkend wil zien.

Wat mensen verbindt is dat ze zich in dezelfde ruimte bevinden, niet of ze allemaal hetzelfde zijn. Of hetzelfde willen. Of moeten. Of moeten zijn. Wat mensen verbindt is niet een gemeenschappelijke set aan waarden en normen, maar het samen zijn in de publieke ruimte. De publieke ruimte maakt dingen mogelijk. Ontmoetingen, gesprekken, elkaar waarnemen, uitwisselingen. De publieke ruimte maakt de verschillen, de eigenheden, zichtbaar. Ze worden er verruimtelijkt.
Men wordt juist door het gesprek binnen een bepaalde tijd en ruimte bijeengehouden. Er is een plaats waar men van mening kan verschillen en waar men dat verschil kan achterlaten, zodat men er niet voortdurend over struikelt. De ruimte ontlast, ze vangt, met andere woorden, iets op wat ons anders van binnenuit kwelt. Dat is de betekenis van zichtbaarheid. Zichtbaarheid betekent dat wat voor ons onzichtbaar was nu buiten ons een plaats krijgt.
Multiculturaliteit plaatst ons voor de opgave dat wat onzichtbaar is aan elk van ons in zichtbaarheid te vangen.
Viskers conclusie is weer een ongemakkelijke, maar hij geeft er een optimistische draai aan. Als de publieke ruimte geen plaats is of wordt waar mensen vrij hun verschillen zichtbaar kunnen en mogen maken, dan gaat men een eigen oplossing zoeken. Visker onderscheidt daarbij het particularisme en het individualisme. Particularisme (fundamentalisme, racisme, seksisme, nationalisme) en individualisme (het "beruchte postmoderne, narcistische individu") noemt hij “kwalen, maar ook genezingspogingen bij gebrek aan beter”.

Het lijkt me dat het middel soms erger is dan de kwaal, maar ik ga met hem mee. Bij gebrek aan beter.

Vreemgaan en vreemd blijven, RKK uitzending (1 uur)
Vreemgaan en vreemd blijven, boek
Gesprek met Visker
Fluiten in het donker, Visker