359

22 mei 2001 (2)


Dan lopen we met z'n drieën naar Huub. Het boompje midden in de vijver huilt intussen prachtige treurwilgtranen. Stratenmakers leggen een visfiguur in het terras. Mooi. De rododendrons bloeien, vogels zingen zich te pletter. Een enorme rust.
Ik loop in gedachten nog bijna het graf voorbij. En dan staat het er echt, op een zachtgrijze steen: Huub. Met onder zijn achternaam tussen haakjes de achternaam van zijn moeder en opa. De achternaam die hij de eerste acht jaar van zijn leven droeg en die hij had willen houden. Weer tranen. De hoed grijpt me gewoon naar de strot. Hij is zo erg Huubs hoed gebleven, je ziet amper dat het nu zwaar brons is. Alles is bewaard gebleven, de beschadigingen, het kneepje, de hele fijne structuur van de band. Ongelooflijk. Hij ligt er of Huub hem er zelf even heeft neergelegd, zoals hij altijd deed als we hier waren. Wat is dit mooi. Wat een verdriet. Waar ben je toch, ik wil je terug. Ik leg de drie bloemen erbij. De steen is heet van de zon. Het graf ziet er ineens zo anders uit, ook alle oude planten zijn weggehaald. Het graf is ineens net een nieuwbouwwoning.

Huub’s zus en ik zitten naast elkaar te snotteren op het randje van het graf van de buurvrouw van Huub. Camiel tegenover ons. We aaien de hoed, verbazen ons erover. Wijzen elkaar op details. Praten over het gemis, over de diepte achter deze dag en dit moment. Ik maak foto's. Ik heb enorme buikpijn en rugpijn, ben enorm ongesteld. Maar dat voelt eigenlijk wel goed. Dat is gewoon de pijn van vandaag.

We zitten een tijdje zoet met z’n drieën bij elkaar om Huub heen. Rust. Als Huub er nou ook was, zegt zijn zus, konden we mooi een potje kaarten. Ik meld me op de terugweg nog even bij Ger. Was het goed, de steen, wil hij weten. “Niets meer aan veranderen”, zou Huub gezegd hebben. Dus zeg ik het. Ik bedank hem voor de goede zorgen, voor mijn gevoel is er nu echt iets afgerond en Ger heeft dat met zorg en aandacht gedaan. Ik informeer ook nog naar kleine Huub die op 26-09-44 bij het bombardement is omgekomen. Ger vertelt dat hij Huub zelf al had toegezegd dat kleine Huub mocht blijven liggen. Het is er te krap voor een tuingraf, dus kleine Huub ligt niet in de weg en hoeft niet geruimd. Anders had ik dat allang gedaan, zegt Ger nuchter.

achtergronden
alma
alma