358

22 mei 2001


Een dag waar ik naar heb uitgekeken en tegenop zie. Onze trouwdag, precies een halfjaar na het begraven van Huub. Het zou onze derde trouwdag zijn geweest. In overleg met Ger wordt vandaag de steen op Huub’s graf gelegd. Huub’s zus gaat mee, Camiel ook. Bart kan niet en moppert erg tegen me in een e-mail. Dat ik hem te laat heb gevraagd. Maar ik heb zo mijn best gedaan hem te bereiken, voicemails ingesproken, e-mails gestuurd, zelfs een brief vorige week. Hoe kan dat toch? Ikzelf heb vrijgevraagd en gekregen op school.

Het is prachtig zacht weer, blauwe lucht, helder licht, voorjaarszon. Het hele huis is opgeruimd, Huub’s kleren staan klaar voor Litouwen in mooie plastic hoezen. Ik heb al mijn afrekenbrieven aan hem geschreven. De tuin staat in bloei en de schuur is aan kant, eindelijk. Alles glanst en bloeit, Huub zou daarvan genoten hebben, van die orde en rust. Achterin de tuin staat de clematis vol grote bloemen en is de eerste roos opengegaan. Ik voel en zie alles vandaag.
Ik zit een tijdlang buiten aan de tuintafel ons trouwalbum te bekijken. Dat is een tijd geleden. Het ontroert me. Huub is zo stinkend gelukkig daar, ik kan na alles wat er daarna is gebeurd nauwelijks meer geloven dat het trouwen met mij hem zo gelukkig maakte. Ikzelf ben vol vertrouwen en ik zie aan mijn ogen op de foto's dat ik onder de indruk ben van de ernst van het opnieuw trouwen en de enorme warmte van alle mensen die kwamen meevieren. Tranen, ik voel zo'n verlangen naar je Huub. En dan ben je ineens weer naast me, voor het eerst sinds weken. Dank je.

Ik haal bloemen en planten. Een pot margrieten voor bij de voordeur, lobelia's die Huub zo mooi vindt voor de tuin en drie witte calla's voor het graf. En ik koop IM, van Conny Palmen. Marja van de boekwinkel dacht dat ik dat boek al had, ze heeft erg aan ons moeten denken bij het lezen, zei ze. Dat hebben meer mensen gezegd. Ik moet het dus maar eens lezen. Marja zegt dat ze jaloers kan zijn op de diepte van onze gevoelens en ervaringen. Ja, zeg ik, maar de prijs is wel hoog. Ze schrikt, zegt: dat had ik zo niet mogen zeggen. Ja, dat mag je wel, want het is waar, zeg ik. Ik vertel haar wat ik ga doen vandaag. Vreemd, zo midden in een boekwinkel.

We reizen naar Nijmegen, Camiel en ik. Kletsen wat. Over Huub, over Camiel’s toekomst. We hebben de bloemen mee, het fototoestel en zo'n vreselijk lelijke plastic jonge boxer die een krant in zijn bek kan houden, voor Huub’s zus. Net zoeen als ik met moederdag van Camiel kreeg. De gsm staat aan en Huub’s zus meldt dat ze onderweg is. Toch komt ze veel later dan wij op de Landstichting aan. Ik meld me intussen bij Ger en die drukt me op het hart dat elke verandering die ik nog wil, kan. De steen ligt er, we kunnen gaan kijken.

achtergronden
alma
alma
alma