357

1 mei 2001 (2)


Het geeft ook een gevoel van verraad, deze brieven. Huub kan zich niet meer verweren. Hij heeft me altijd verboden, met anderen over zijn angsten te praten. Zelf deed hij dat ook niet, niemand mocht het weten. Ik had echt de hulp van David nodig om hiermee klaar te komen. Die me uit moest leggen dat dit heel veel gebeurt, dat mensen in psychiatrische moeilijkheden hun naasten als het ware gijzelen en dwingen de shit binnenshuis te houden. Hij probeerde me uit te leggen hoe gecompliceerd en pijnlijk dit voor Huub moet zijn geweest, nu met mij opnieuw gebeurde wat in zijn eerdere huwelijken ook gebeurde.

Midden in zijn betoog zei hij iets wat op het moment dat hij het zei mijn anker is geworden. Een gedachte die nu een paar keer per dag als een bijna tastbaar beeld voor me staat en me de moed geeft, door te gaan met die kutbrieven aan mijn dode man in het bos. “Alma,” zei David, “ik ben er volkomen zeker van dat Huub werkelijk heeft gedacht dat hij met jou al zijn angsten die zoveel kapot hadden gemaakt voor hemzelf en anderen, achter zich mocht laten. En dat als ze zouden komen, wat hij niet verwachtte omdat ze toen hij met jou ging, wegbleven, jij ermee om zou kunnen gaan. Dat hij echt aan een nieuw leven mocht beginnen met jou.
Dat de aanvallen hem onmiddellijk na jullie trouwen nog heviger dan ooit tevoren hebben overvallen, heeft hem even diep geschokt en verrast als jou. Waardoor ze voor hem onbeheersbaar werden en jullie allebei geen kant meer op konden. Voor mij als psychiater is het een logische zaak dat het gebeurde. Daar kon je gif op innemen. Het enige wat je je man kwalijk kunt nemen is dat hij niet tijdig heeft onderkend hoe rampzalig dit was voor hemzelf en voor jou. Dat hij geen arts heeft ingeschakeld, weigerde medicijnen te nemen. Maar dat zegt mij iets over zijn diepe teleurstelling en wanhoop dat het hem dus weer gebeurde.”

Ik wist meteen dat David gelijk had. Ik kon het alleen zelf niet meer zo zien. “Mooi zo”, zei David. “Want alleen als je dit begrijpt en kunt laten gaan, Alma, kan ik je helpen de schade te herstellen. Kamer voor kamer en beetje bij beetje. We gaan Huub rust geven. We gaan ons niet meer verdiepen in het hoe en waarom. Het is gebeurd, hij heeft het laten gebeuren. Dat moet ook voor hem een ramp zijn geweest. Maar we gaan nu naar jou kijken. Leg Huub en mij maar uit wat het met jou heeft gedaan. Je zult zien dat wat nu in jou kapot lijkt, niet kapot is. Je hebt behoorlijk onder vuur gelegen, maar niet onherstelbaar.”

Daar vertrouw ik dan maar op. Het is een opluchting dat ik vrij over alles kan spreken en weet dat mijn gesprekspartner niet zal doen waar ik bang voor was: mijn man veroordelen. Ik mag mijn woede kwijt. Het voelt als een verbond. Ik ben veilig bij deze therapeut. Huub is veilig bij deze therapeut.

achtergronden
alma
alma